De positieve benadering

De krant

Enkele dagen geleden kwam de Christelijke Mutualiteit  met een nieuw concept naar buiten. Ze worden een gezondheidsfonds ipv een ziekenfonds. Voortaan gaan we gezondheid positief benaderen.

Revolutie of niet?

Maar is dit dan zo nieuw en revolutionair? Nee hoor, dit model bestaat al sinds 2011 en werd geïntroduceerd door Machteld Hubert. In plaats van de vertrekken van de ziekte, vertrekt men van de patiënt. Men gaat kijken waarde patiënt ondersteuning nodig heeft. Hubert heeft daarvoor een “spinnewiel” ontwikkelt waar je je eigen gezondheid kunt meten op 6 dimensies: lichaamsfuncties (fitheid, pijn,..), mentaal welbevinden,  zingeving, kwaliteit van leven (lekker in vel zitten, gelukkig zijn), sociale participatie en dagelijks functioneren. Op dit spinnewiel kan je dan aantonen hoe je scoort op elke dimensie

Zorgregie

Dit positieve benadering is een model dat al lang gepromoot wordt binnen de gezondheidszorg. Het is de WHO die reeds in 1996 het Chronic Care Model introduceerde in de gezondheidszorg om af te stappen van de meer traditionele modellen. Ook hier stelt men de patiënt centraal en heeft men aandacht aan zelfregie en positieve benadering. De patiënt beslist zelf waar hij zorghulp nodig heeft en de zorgverlener ondersteunt. En volgens mij is deze positievere of patiëntgerichte benadering waar we naar toe moeten. Tot op heden blijft zorg vooral een eenrichtingsverkeer: de patiënt komt met een ziekte bij de huisarts, de huisarts stel een diagnose en een interventie voor. Huisartsen en thuisverpleegkundigen hebben door tijdsgebrek geen tijd om bezig te zijn met zorgregie. Ze verspillen ook veel tijd met zoeken naar oplossingen voor patiënten die andere problematieken hebben dan louter fysische klachten. En jammer genoeg bestaat voor de positieve gezondheidsinterventies geen nomenclatuur.

Lukt dit wel?

Begrijp me niet verkeerd, ik wil niet zeggen dat artsen en verpleegkundigen dit niet willen doen, maar dat het hen vooral aan tijd ontbreekt (en ondersteuning van de overheden). De ontwikkeling van een welzijnshuis zou een oplossing kunnen zijn. Hier kunnen artsen, patiënten, thuisverpleegkundigen, therapeuten, diëtisten, kinesisten,.. terecht om samen de zorg rond de patiënt te regisseren. Een zorgregisseur gaat, samen met de zorgvrager, op zoek naar de noden en probeert daar antwoorden op te vinden. Soms is doorverwijzen naar psycholoog belangrijk, soms is het de huisarts die ingeschakeld moet worden of kan een thuisverpleegkundige uitleg geven over diabetes. Hierdoor kan een zorgregisseur kostend besparend zijn op termijn. De patiënt komt steeds bij die zorgverlener terecht die op dat moment hem de beste zorg geeft; Huisartsen krijgen meer tijd en ruimte. Verpleegkundigen krijgen meer verantwoordelijkheid. Ik denk dat een benadering volgens dit model van Wagner sowieso een positieve benadering is. Niks nieuws, maar misschien wel hoog tijd om te implementeren

is het de oplossing?

Gaan we nu met in te zetten op deze benadering alle hedendaagse vragen over gezondheid zoals betaalbaarheid, kwaliteit, innovatie, overconsumptie,… kunnen oplossen? Hier vrees ik voor. De positieve benadering is een heel mooi model om vooral te werken aan een preventieve gezondheid. Hoe kunnen we zo gezond mogelijk blijven en waar moet ik als patiënt dan op inzetten. Bij een acute ziekte is dit model niet toepasbaar. Dan heb je geen nood aan bvb. persoonlijke ontwikkeling, maar wil je snel en efficiënt geholpen worden en bij een palliatieve zorgverlening is het soms ook heel moeilijk toepasbaar. Nee, het is niet de oplossing voor alle gezondheidsvragen, maar zeker en vast een benaderingswijze die we als zorgverlener mee moeten betrekken in de zorg-op-maat. Gedaan met betuttelen van de patiënt en meer evolueren naar een ondersteunende functie. Ik ben benieuwd of een welzijnshuis succesvol gaat zijn. Ik hoop het zeker en vast 🙂

Moet je naar de psycholoog met een burn-out?

Yep de bedoeling is om een discussie uit te lokken. Maar ik zal u eerst mijn standpunt geven zodat u daarna, heel graag, uw menig kunt geven 🙂

Onlangs zat ik samen met twee professoren om eens te bekijken of er geen opleiding of masterclass kan ontstaan over omgaan met chronische stress en burn-out. Hun mening was echter dat dit tot het terrein van de psychologie behoort en dat er rond het onderwerp nog te veel onduidelijkheid is. Na het gesprek ben ik beginnen nadenken over hun standpunt…behoort chronische stress en burn-out louter tot het domein van de psychologie?

Ik heb enorm veel respect voor de twee professoren (heb heel veel geleerd van hen!). En ik heb ook veel respect voor psychologen. Hun werkterrein is redelijk uitgebreid. Gaande van de klinische psychologie naar bedrijfspsychologie. Zo zal de klinisch psycholoog inzichten en vaardigheden toepassen om psychische spanningen en relationele problemen van cliënten te verlichten. Maar is burn-out louter een psychische spanning? In de vele omschrijvingen die er staat steeds dat het een “energie-stoornis” is die een direct verband heeft met het werk. En deze energiestoornis heeft weerslag op zowel de psyché van de persoon, maar ook op het fysische en het sociale aspect. En wie staat er nu net midden in deze holistische mensvisie (de mens is een eenheid van psychisch, sociaal en fysisch welzijn)…..juist de verpleegkundige!!

Verpleegkundigen worden getraind in deze mensvisie en kunnen daarom m.i. signalen van chronische stress en burn-out het snelste herkennen. Ze staan constant in contact met zorgvragers en luisteren vaak naar hun verhalen tijdens de zorg. Artsen worden opgeleid om bij een ziektevraag juiste diagnoses te stellen en gepaste therapieën voor te schrijven. Verpleegkundigen worden opgeleid om om te gaan met gevolgen van een ziekte… Ik bedoel hier niet mee dat burn-out louter te bekijken is als een ziekte, maar burn-out heeft vele gevolgen…net daarin worden verpleegkundigen opgeleid. Burn-out is vaak de oorzaak van maag-darm klachten, slapeloosheid, spierpijnen, hoge bloeddruk, hartkloppingen, CVS,… Allemaal gevolgen van. De verpleegkundige is trouwens ook een krak in empathie. Tijdens de opleiding is dit een belangrijk item. En als basishouding naar begeleiding van chronische stress en burn-out is dat al een goede start. Trouwens preventie is ook een domein waarin de verpleegkundige de nodige competenties heeft. Net dat is belangrijk om het risico op burn-out te voorkomen!

Maar zijn verpleegkundigen nu bekwaam om met de gevolgen van burn-out om te gaan en patiënten/cliënten hierin te begeleiden? Dan moet ik jammer genoeg vaststellen dat hierin het schoentje wel knelt. Tijdens de opleiding wordt te weinig aandacht geschonken aan dit item en ligt de focus nog te veel op ziektebeelden. Beter zou zijn dat verpleegkundigen meer opgeleid worden naar gezondheid en welzijn toe. Nu kan iedereen coach worden. Maar volgens mij heeft de verpleegkundige de beste basis om te starten als burn-out coach. En nu dus waarde professoren een masterclass waarin verpleegkundigen opgeleid worden in de specialisten chronische stress en burn-out preventie.

Zo en nu graag uw mening 🙂

 

Stress meetbaar maken

Waarom zie ik het niet?

Stress herkennen bij jezelf is niet steeds makkelijk. En op zich is het niet verkeerd om af en toe stress te hebben. Het kruidt namelijk het leven. Denk maar aan stress voor het examen, sollicitatie, enz. Stress is een nodige overlevingsreactie van ons lichaam. Het is dan zeker niet makkelijk om chronische stress bij jezelf te herkennen. Nochtans toont ons lichaam vaak genoeg signalen. Denk maar aan spijsverteringsproblemen, vermoeidheid, lage rugpijn, slaaploosheid… Dat chronische stress niet gezond is, dat weet ondertussen iedereen. Het kan leiden tot burn-out, depressies en volgens sommige onderzoekers ook tot chronisch vermoeidheid syndroom (CVS), fibromyalgie en chronische fysische aandoeningen.

Stress is meetbaar

Chronische stress kan biologisch gemeten en aangetoond worden. Via een bloedname kunnen bepaalde bloedmarkers (vb cortisol) opgespoord worden, Microscopisch onderzoek van hersenweefsel kan duidelijk schade aantonen aan de verbindingen tussen de hersencellen (dendritische schade). Maar recentelijk zijn er bedrijven die biofeedback toestellen ontworpen hebben om stress aan te tonen. Zo is er een biofeedbacktoestel (firma Heartmath) dat de hartritmevariabiliteit (HRV) meet. HRV is de natuurlijke versnelling en vertraging van het hartritme tussen de in- en uitademing.

In een niet stressvolle situatie is er een duidelijke HRV waarneembaar (sinusgolven). Er is een duidelijke vertraging en versnelling van ons hartritme. Deze variatie in het hartritme kan dus via een sensor waargenomen worden. In een stressvolle situatie is deze variatie in het hartritme niet zo duidelijk waarneembaar en krijg je geen duidelijk signaal (chaotische golven). Hierdoor kan via het biofeedbacktoestel de therapeut nagaan of een persoon zich in een stresszone bevindt of niet.

hartcoherentie, hartritmevariabiliteit

En dan aan de slag

Met deze gegevens kan een therapeut aan de slag gaan. De therapeut kan starten met hartcoherentietraining. Hierbij gaat de therapeut het hart coherent maken met de hersenen. Door ademhalingstherapie en te focussen op het hart zou de variatie op het hartritme terug duidelijker zijn. Uit onderzoeken blijkt dat de HRV wel degelijk een meetbare factor is voor stress. Zo zou uit onderzoek van 2015 blijken dat hartcoherentie een daling geeft van angst en zorgt voor een betere coping. En het Amerikaanse leger maakt gebruik van de hartcoherentietechnieken om beter om te gaan met Post Traumatisch Stress syndroom. Daar noemen het ze dan stoerder “battle breathing”.

Stress vraagt een uitgebreide aanpak

Is het gebruik van hartcoherentie en biofeedback nu DE oplossing om chronische stress te bestrijden. Jammer genoeg niet. Er kan jammer genoeg geen langdurig positief effect waargenomen worden op de chronische stress. Tijdens de therapie ziet men wel een sterke daling van de stresshormonen. Maar als de persoon daarna terug in zijn normale doen en laten komt, is er geen verschil meer merkbaar.

De behandeling van chronische stress en burn-out zal steeds een multiple en multidisciplinaire aanpak vergen. Bewust worden van jezelf, leren nee zeggen en assertief communiceren zijn dingen waar je zelf mee aan de slag kunt. Werkgevers kunnen zorgen voor een adequaat welzijnsplan. Artsen zouden signalen sneller kunnen herkennen en patiënten doorverwijzen. Want hoe sneller je kunt starten met therapie en stresshygiëne, hoe meer het risico daalt op chronische stress en burn-out. Bewustwording is één ding, nu nog overgaan tot verbetering van onszelf en een vermindering van de chronsiche stress.

Doe nu eens MET!

Vanaf 1 februari is het weer zo ver!! de Tournée Minerale begint weer. 30 dagen geen alcohol drinken. Vanuit gezondheidsperspectief kan je daar niks op tegen hebben natuurlijk. Maar tis altijd wel wat, zei Kathleen onlangs op haar facebookpagina. Het begon met 30 dagen zonder klagen en zagen dan 30 dagen zonder alcohol daarna 30 dagen zonder vlees, 30 dagen zonder dit en zonder dat…

En heeft Kathleen geen gelijk? 30 dagen zonder klagen, heb ik ook niet aan meegedaan. Mijn mening is dat als je met een frustratie zit je het gewoon moet durven en kunnen zeggen. Dat heet open communicatie. Of ga je deze 30 dagen dan tegen je kinderen zeggen: goe bezig mannen! Als ze weer eens te lang op hun Playstation zitten? Of zeg je tegen je baas: Met alle plezier! Als hij vraagt om nog wat extra uren te kloppen? Want we mogen niet klagen he 🙂 Vanuit het psychologisch perspectief is het opkroppen van je emoties niet goed. Je laat ze opborrelen in je om dan later explosief naar buiten te komen. Daarmee doe ik, zoals Kathleen zei, niet mee met 30 dagen zonder klagen. Zaag en klaag en ventileer maar zoveel je kunt…hehe dat lucht op zegt Jan De wilde in zijn “Stomme idioot”.

30 dagen zonder alcohol. Wat voor nut heeft het als we de overige 335 dagen in het jaar WEL alcohol gaan drinken dan? En geef toe, soms smaakt een goed glas wijn in goed gezelschap gewoon lekker. Moet ik mij nu de komende dagen schuldig voelen als ik eens een lekkere pint ga drinken? Vergeet het en geniet gewoon. Doe alles met mate en met je maten!

30 dagen zonder vlees. De vegetariërs en veganisten onder ons zullen het alvast graag horen. Maar biologisch gezien is en blijft de mens een opportunist en een alles-eter. Als wij het willen dan eten we soms een maaltijd zonder vlees. Wij moeten daar geen zonder-maand voor hebben hoor! Gewoon variëren is toch beter dan 30 zonder?  En wat voor zever is het dat men in de winkel vega-worst, vega-burgers, vega-ballen verkoopt? Waarom willen de vegies onder ons dat hun eten toch zo sterk op vlees lijkt? Als ze toch vlees-vrij willen eten (wat ieders goed recht is) moeten ze geen look-a-likes gaan eten. Worst, hamburgers en gehaktballetjes daar zit vlees in en geen tofu-achtige dingen!!

Kathleen heeft gelijk als ze zegt: Laat ons gaan voor 30 dagen ONS GOESTING doen. Drinken, eten, klagen, zagen, sporten zoals wij het willen. Wij kiezen niet voor ZONDER, wij kiezen voor MET. MET veel plezier, MET volle goesting, MET gezond verstand, MET mate! En vooral MET elkaar…

Hey Kathleen niet voor 30 dagen he, maar voor de rest van ons leven ja!!! Waar hangt die bel? Tournée générale! Mijn gedacht..

hot-topic

Gisteren was het weer van dat..

Op radio 1 werd tijdens Hautekiet een vol uur gediscussieerd over stress en burn-out. Maar deze keer ging het specifiek over burn-out bij zorgverleners. Uit de POLS studie van 2006 bleek inderdaad dat bij artsen en verpleegkundigen de job-eisen hoog liggen en de job-controle eerder laag liggen. En laat dit nu net een verhoogd risico zijn op de ontwikkeling van burn-outs. En ja, ik weet ook dat velen denken dat burn-out een ziekte is van deze tijd en dat het wel zal over gaan. Maar we zijn met Healtium nu reeds 3 jaar bezig en we merken nog geen enkele verbetering. Eerder een verslechtering. 

Hoe komt het nu dat artsen/verpleegkundigen nu een verhoogd risico hebben op de ontwikkeling van burn-out?

Zou het liggen aan te veel empathie? Volgens Prof. Devisch (medisch filosoof) zou het mogelijk zijn dat zorgverleners verwachten dat er steeds empathie moet zijn, in hoge mate zelfs. Empathie vreet energie en wat is burn-out? Juist: een energiestoornis! Empathie behoort tot de intrinsieke factoren van het zorgberoep. Daarbij komt ook nog de relatie met de patiënt. Steeds beschikbaar willen/moeten zijn voor je patiënt? De onzekerheden van diagnose en behandeling? De toegenomen mondigheid en online-kennis van de zorgvragers?

Daarnaast zijn er ook extrensieke factoren die mee de oorzaak kunnen zijn. De meest gekende is de gestoorde work-life balance.  Je moet als zorgverlener steeds up-to-date zijn. Dus graag bijscholen en liefst in je vrije tijd he. Hierdoor krijgt de zorgvrager weer minder tijd om zijn energielevel naar boven te halen en bezig te zijn met iets anders dan zijn/haar werk. Voor huisartsen komt daar ook nog de relatie met de tweede lijn bij. Naar wie verwijzen we het beste door? Gaat de samenwerking goed zijn? Gaat de specialist het eens zijn met mijn diagnose?

Onlangs had ik een discussie met een collega over welke zorgverlener het meeste risico heeft op de ontwikkeling van een burn-out en waarom? Volgens de collega was het de huisarts omdat deze groep geen administratieve ondersteuning heeft. Dat kan, maar is, volgens mij, niet de grote oorzaak. Het zit hem meer in die empathie en de betrokkenheid. Hoe meer je als zorgverlener betrokken bent met je patiënt, hoe meer energie dit kost en hoe meer risico op burn-out. Dit zie je ook in de non-profit: personen die het meest betrokken zijn met hun werk, hebben het meeste risico op de ontwikkeling van stress. Verpleegkundigen zijn ook enorm betrokken en empatische personen. Hun werklast wordt zwaarder en zwaarder en de tijd die ze kunnen vrij maken voor een kwalitatieve zorg wordt korter en korter. De zorgorganisatie kan veelal niet anders en hoe leuk sommige initiatieven zijn zoals zelfsturende teams, het verandert niks aan de core-businnes van de verpleegkundige: zeer technisch verplegen, luisteren, stimuleren en vooral betrokken en empatisch zijn. Zet deze persoonlijke eigenschappen in het huidige gezondheidssysteem dat draait om prestaties en je voelt zo aan dat de person-environment fit niet klopt.

Meer en meer zien we toch een bewustwording.

De wetenschap zit niet stil en ontwikkelt allerlei modellen; Zo hebben in 2007 al, Bakker en Demerouti het JD-R model ontwikkel (job demand resource model). Hierop kunnen diensten, coachen en psychologen inspelen om de risico’s op burn-out te verkleinen. Instellingen krijgen bij hun verplichte audits en kwaliteitslabels de vraag naar protocollen die werkstress en burn-out preventief bestrijden en re-integratie te bevorderen. Huisartsen groeperen zich meer en meer en bewaken elkaar ook beter. En soms moet de patiënt ook eens begrijpen dat ZIJN huisarts rust nodig heeft en niet bereikbaar is.

Hopelijk kan dit alles nog lang hot-topic blijven en durven we toegeven dat onze energie eventjes op is en we niet moeten verzinnen dat we “klierkoorts” hebben. Openheid en communicatie, elkaar helpen en durven zeggen: het gaat niet goed met je…zorgverleners zeggen en doen het dagelijks tegen hun patiënten dus waarom niet tegen elkaar?

 

Er hangt een leven van af

Om effe stil te staan

Enkele dagen geleden sprak Kristien me aan toen ik stond te wachten op de trein. “Heb je het gehoord van onze jongste dochter?” vroeg ze. Ik had vaag iets zien verschijnen op Facebook maar wist niet echt goed waar Kristien het over had. Ze vertelde me dat een dikke maand geleden haar jongste dochter van 11 jaar plots thuis ineen stuikte. Ze lag op de grond en niemand besefte goed wat er gebeurd was. Ze ademende niet meer.

Gelukkig had de oudere dochter de reflex om onmiddellijk te starten met reanimatie. Kristien belde naar het noodnummer 112. De ziekenwagen en MUG waren snel ter plaatste. En gelukkig is ze er door gekomen. De jongste dochter heeft blijkbaar een kleine afwijking aan haar hartje waardoor ze ritmestoornissen heeft gedaan. Deze ritmestoornis zorgde er voor dat haar hart niet meer samentrok (kamerfibrillatie). Ze moest een operatie ondergaan en kreeg een geïmplanteerde Automatische Defbrillator.

Vragen

Als je dit als ouder moet meemaken: Je kleine meisje voor je ogen op de grond zien liggen en niet wetende of alles goed gaat komen, moet verschrikkelijk zijn. Kristien vroeg aan me of we met  Healtium voor haar familie geen opleiding konden geven in reanimatie. Ze zit nog met miljoenen vragen: Hebben we het goed gedaan? Hadden we iets meer kunnen doen? Konden we het zien aankomen? Wat als dit nog eens voorvalt? Hoe reanimeren we het beste? Binnenkort ga ik dus voor Kristien en haar familie een erkende ERC-opleiding reanimatie (Europese Reanimatie Council) geven.

Wij, met Healtium, maar ook de Overheid, vinden dat iedereen de basisreanimatie zou moeten kunnen. Ik geef deze opleiding vaak en dan hoor ik steeds dezelfde vraag: “maar wat als ik iets verkeerd doe? Dan maak ik het toch alleen maar erger, dus blijf ik er het beste af”. Laat me duidelijk zijn, beste lezer: DOE IETS!! Druk de borstkas in. Het slachtoffer dat een hartstilstand doet, is op dat moment dood. Doder dan dood ga je hem niet krijgen door iets “verkeerds” te doen. Het enige dat je kan doen door te reanimeren is het slachtoffer misschien terug levend krijgen. DOE IETS!! Er hangt een leven van af.

Wat moet ik dan doen?

Ontbloot de borstkas van het slachtoffer en duw op het borstbeen. Je mag dit 5 cm diep induwen. Duw op een regelmatig ritme van 100 a 120 keer per minuut. De meesten onder ons weten ondertussen wel welk liedje je hiervoor kan gebruiken voor dit ritme: “Stayin alive” van de Bee Gees. En meer hoef je zelfs niet te doen. Ja je kan nog leren de head-tilt-chin-lift te gebruiken. En je kan nog leren hoe je mond op mond moet beademen. Onze opleidingen volgen steeds de richtlijnen van het ERC. DOE IETS!! Er hangt een leven van af.

We proberen ook de drempel te verkleinen door tegenwoordig in plaats van “tupperware-avond” een “reANIMATIE-avond” te organiseren. Zo kan men eens oefenen op een pop, in de de hoop dat als je ooit moet reanimeren, je actie onderneemt. Gelukkig is het met de dochter va

n Kristien goed afgelopen. Gelukkig heeft men iets gedaan. En hopelijk beste lezer, mocht u het ooit meemaken, dat u ook iets doet want zoals ik al enkele keren gemeld hebt: Er hangt een leven van af!!

 

Welke kleur voor jou?

Onlangs zat ik samen met een kennis. Haar zoon, van 19 jaar, ervaart heel veel stress door zijn nieuwe job. Zo erg zelfs dat hij lichamelijke klachten heeft en amper nog kan slapen.

Ik vroeg haar wat ze ging doen om hem te helpen. Ze antwoordde dat iemand via een wichelroede kon zien waar het probleem zit. Hij kan dan een kleur bepalen en als de zoon daar regelmatig naar die kleur kijkt, zou alles goed komen. Sceptisch als ik ben (denk dat ik toen blauw uitsloeg van mijn adem in te houden), vroeg ik of ze wel zeker was om dat te doen want heel wat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat wichelroedes niet echt efficiënt zijn bij het opsporen van psychische of fysische problemen, laat staan al water vinden in droge omgevingen.

stress kleuren palet

Natuurlijk geloof ik dat, zei ze, deze persoon heeft al heel veel mensen geholpen en zelfs in het ziekenhuis maakt men gebruik van die lampen voor wondheling enzo. Ze kende verhalen van personen die geholpen waren door deze ‘therapeut”. De traditionele geneeskunde kon dat blijkbaar niet.

En daar zit vaak het probleem…

Zoveel therapieën en therapeuten dat een zorgvrager niet meer weet wat hij moet volgen, laat staan geloven. Welke therapie is nu geschikt om iemand te helpen met verhoogde stress en burn-out? Voor de zorgvrager is het niet simpel want iedereen beweert dat hij of zij de beste resultaten heeft: de lichttherapeut, de boomknuffeltherapeut, de psycholoog, sofroloog, haptotherapeut, alexandertherapeut, RET, ACT, coaches… Honderden mogelijke interventies en evenveel soorten therapeuten. Je zou voor minder de kluts kwijt geraken of er zelfs stress van krijgen en helemaal groen uitslagen…

Wij, bij Healtium, proberen al die verschillende soorten therapieën vanuit een wetenschappelijk perspectief te bekijken. En ook dat, beste lezer, is niet zo makkelijk: Prof. Marijke Van Kampen heeft hierover een boek geschreven (Stress, Preventie, reductie en onstpanning, 12 methoden. acco) waarin ze 12 verschillende therapieën bekijkt en beoordeelt. Hieruit blijkt dat veel therapieën verscheidene keren getest zijn en dat, waar het ene onderzoek positief bleek, het andere onderzoek aantoonde dat er geen effect was.  Ook uit een recent verschenen vraag in Minerva (http://www.minerva-ebm.be/NL/Article/2132) bleek dat geen enkele therapie tot nu als beste uitkwam. Maar dat zowel de combinatie van individuele therapie als een aanpak van de oorzaken de beste resultaten geeft.

En nu?

Vaak zijn de oorzaken van de stress zo verschillend dat er geen één beste therapie is. Zo is het G-denken en mindfulness bijvoorbeeld aangewezen bij personen die piekeren en tegen verschillende muren botsen. Of is hartcoherentie meer aangewezen bij rationele personen die via een biofeedbacktoestel kunnen zien of ze de oefeningen goed doen…Stress en burn-out aanpakken vergt werken op verschillende gebieden: individuele zorg als organisatorische zorg.Stresshygiëne en individuele therapie blijken tot op heden de beste resultaten te geven.

Onze raad is, bespreek het met je huisarts. Ga na wat de oorzaken zijn van je verhoogde stress. Durf er over te praten. Maar kies vooral voor therapeuten die geschoold zijn en vooral NIET aan wichelroedekleurentherapie doen. Hoog tijd dat er een kwaliteitslabel of postgraduaat opleiding komt voor therapeuten zodat de zorgvrager een kwaliteitsvolle therapie krijgt.. Doe mij nu maar een rode kleur 🙂