Fier op ons ziekenhuis

Een beetje geschiedenis

De geschiedenis van onze stad en het ziekenhuis begint natuurlijk bij St Dimpna. Op de plaats waar Dimpna door haar vader vermoord werd, bouwde Hendrik III Berthout, heer van Geel in 1286 het eerste Geelse Gasthuis. Dit werd in 1552 overgenomen door de Gasthuiszusters Augustinessen, die er vanaf dan de plak zwaaien. Dit gasthuis kreeg in 1965 de benaming, die door vele Gelenaars gekend is als het Moederhuis (O.L.Vrouw). Naast de Zusters begint ook de stad Geel met de ontwikkeling van een OCMW-ziekenhuis. In 1966 werd er besloten om gaan samen te werken. Zo kreeg men in Geel 2 campussen. Campus St Elisabeth, dat vooral gekend was voor zijn kinderkliniek en materniteit. De andere campus, St Dimpna, die vooral de andere disciplines omvatte. In 1988 werden de 2 ziekenhuizen samengevoegd tot 1 ziekenhuis. Omdat 2 campussen, die op 100m van elkaar stonden, niet erg efficiënt was, werd besloten om alle activiteiten naar één campus te brengen. Vanaf 2001 werden alle diensten verhuisd naar het huidige St. Dimpnaziekenhuis in de JB Stessensstraat. Het “moederhuis” werd omgevormd tot een woonzorgcentrum.

Hoe zit het nu?

Het huidige ziekenhuis telt ongeveer 300 bedden en stelt 900 personeelsleden te werk. Samen met ongeveer 100 artsen zet het ziekenhuis zich elke dag in om de patiënt de nodige kwaliteitsvolle zorgen aan te bieden. Het ziekenhuis is centraal gelegen in de Kempen en trekt zorgvragers aan van in en rond Geel. Omdat de vraag om zo efficiënt mogelijk te werken steeds luider klinkt, ook bij publieke instellingen, is het ziekenhuislandschap volop in beweging. Zo kondigden minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) en minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) de vorming van ziekenhuisnetwerken aan. Ook ons ziekenhuis werd deel van een netwerk en ondertekende in 2016 een overeenkomst met AZ Herentals, Heilig Hart Mol en AZ Turnhout. Het is een structurele samenwerking om de krachten te bundelen en de patiënt kwaliteitsvolle zorg aan te bieden dicht bij huis.

Het gaat echter niet goed

De Overheid vraagt – terecht – dat elk ziekenhuis een kwaliteitslabel kan voorleggen. Er zijn verschillende instanties die ziekenhuizen beoordelen voor de uitgifte van een kwaliteitslabel. Ons ziekenhuis koos voor een audit door NIAZ, Het Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg. De eisen die dit audit-bureau stelt zijn een echte waarde-meting voor een ziekenhuis. Ons ziekenhuis werd in het najaar 2017 aan een grondige audit onderworpen. Jammer genoeg kreeg het een onvoldoende op 33 punten zoals communicatie, incidentiemeldingen, valpreventie,… . Dit werd de start van een hele resem slecht nieuws: de algemeen directeur werd ontslagen, de hoofdgeneesheer moest ook vertrekken, verschillende leden van de Raad van Beheer namen ontslag, …. De problemen bereikten ook de Geelse politici, wat leidde tot enkele interpellaties over het ziekenhuis tijdens de gemeenteraad. Daaruit kwam zelfs een brief naar voor waarin getwijfeld werd aan het engagement van ons ziekenhuis naar het ziekenhuisnetwerk Kempen toe.

Hoe is het zo toch kunnen komen?

Als je de geschiedenis van het ziekenhuis een beetje gelezen hebt, dan merk je dat verschillende partijen van oudsher betrokken zijn bij ons ziekenhuis. Enerzijds de katholieke zuil en anderzijds onze stad via het OCMW. Naast deze twee partijen is er nog een 3de groep: de artsen. Zij zijn rechtstreeks betrokken partij omdat ze via bijdragen op hun prestaties en belangrijke inkomstenbron zijn voor het ziekenhuis. Drie groepen die elk hun visie hebben over de richting waar we met ons ziekenhuis naar toe moeten. Als je op de website van het St. Dimpna ziekenhuis kijkt dan merk je dat de politieke invloed op ons ziekenhuis heel groot is. Maar liefst 6 van de 11 zetels zijn in handen van politieke fracties (ocmw raadsleden of raadgevers, stedelijke raadsleden of afgevaardigde). Deze invloed is bijzonder groot. En als men dan meer kijkt naar de achterban en niet vooruit dan kan het zijn dat er beslissingen worden genomen die niet echt bevorderlijk zijn voor ons ziekenhuis, dat er politieke spanningen zijn en dat sommige leden van de Raad van Bestuur en directieleden hun ontslag aanbieden als men constant tegen muren loopt. En niet enkel kaderleden, maar ook heel wat sterke verpleegkundige hebben het afgelopen jaar ander instellingen gezocht. Als er een tekort is aan verpleegkundigen, kunnen deze terecht zoeken naar, voor hun, de beste werkgever.

Tijd voor actie

Het niet halen van het kwaliteitslabel van NIAZ moet een wake-up-call zijn voor ons allen. Waar elk personeelslid zich dag in dag uit enorm inzetten om de best mogelijke zorgen aan te bieden aan elke patiënt, moeten ook de kapiteins van het schip de neuzen in dezelfde richting zetten. We moeten mee in het verhaal van de ziekenhuisnetwerken en daar onze loyaliteit laten zien, om over grenzen heen de zorg voor onze inwoners uit de Kempen op een hoog niveau te houden. In het netwerk moet elk ziekenhuis “zijn specialiteit” etaleren. Iets waar we als Geel niet in kunnen achterblijven. Ons ziekenhuis heeft een enorm sterke spoedgevallendienst. Op oncologie scoren we heel hoog en het oncologisch daghospitaal biedt diensten van uitmuntende kwaliteit aan. Voor een gastroscopie biedt het ons ziekenhuis de minst ingrijpende manier aan. We hebben een heel sterk revalidatiecentrum met een 50-tal kinesitherapeuten. Voor dialyse en hartkatheterisatie moeten we onze meerdere erkennen in Turnhout. En Herentals heeft faam gemaakt met zijn orthopedie, sportgeneeskunde en “To walk again”. Netwerking betekent de krachten bundelen en diensten op elkaar afstemmen. Dat wil zeggen dat St. Dimpna ook haar discipline moet kiezen om in te excelleren. Welke dat moet zijn, moet in onderhandelingen naar voor komen.

Het kan beter

Ten eerste, de politieke invloed die er nu is, moet duidelijk anders. De patiënt en de zorgverleners vragen geen spelletjes boven hun hoofden, maar willen duidelijkheid. Deze politieke benoemingen zouden liefst minimaal moeten zijn. De stad Geel draagt, jammer genoeg, nog steeds een deel van de schulden van het ziekenhuis, dus moet ze ook wel iets te zeggen hebben als “aandeelhouder”. Maar wanneer mensen benoemd worden door een politieke partij moeten deze kunnen aantonen dat hun kandidaat de competenties en de kennis heeft die nodig is om in de Raad van Bestuur van ons ziekenhuis te kunnen zetelen. Ik pleit ook voor een zetel in het bestuur voor de verpleegkundigen. Zij zijn de beroepsgroep die dagdagelijks aan het bed staat van de patiënt en als eerste ziet wat er organisatorisch beter kan. En waarom ook geen zetel voor een patiëntenorganisatie? Uiteindelijk zijn zij wel diegene die de zorgen (het eindproduct van een ziekenhuis) krijgen.

Ten tweede: de patiënt, werknemer, de Gelenaar verdient een betere communicatie. Nu hoort iedereen enkel de slechte dingen over ons ziekenhuis. Durf transparant te zijn! Op de website zorgkwaliteit.be, waar alle Vlaamse ziekenhuizen worden vergeleken, vind je bijvoorbeeld geen informatie over patiëntenervaring en ziekenhuisbrede (zoals handhygiene of veilige heelkunde checklist) over ons ziekenhuis. Hoe kan ons ziekenhuis zich dan benchmarken met anderen? Hoe kunnen patiënten bewust kiezen voor een veilig ziekenhuis? Hoe kunnen verbetertrajecten opgestart worden als je niet transparant bent in je data? Patiënten en zorgverleners kiezen voor ziekenhuizen die durven uitkomen voor hun sterktes en zwaktes. Een ziekenhuis is geen perfectie, maar je moet er wel naar streven.

Gewoon doen

Het kan anders. Zeg wat goed gaat, erken wat slecht gaat en werk samen aan een beter ziekenhuis! Sloop de muren van het ziekenhuis en kom meer naar buiten. Werk samen met de eerstelijnszorgers en versterk de patiënt in zijn eigen gezondheidskennis. Elk personeelslid, elke patiënt, elke zorgverlener wil een kwaliteitsvol ziekenhuis. Laat ons er dan ook samen keihard aan werken. Een kwaliteitsvol ziekenhuis voor élke Gelenaar en met uitbreiding de Kempen! #gewoondoen